2 juli 2026 · 4 min. leestijd
Sorry...?
We zeggen sorry alsof we er niet mogen zijn. Je aanwezigheid vraagt geen toestemming — en ook geen uitleg.
Je agenda zit vol en iemand vraagt of je ergens bij kunt zijn. Je kan niet. En de eerste zin die je typt is: “Sorry, maar het lukt me niet.”
Of je reageert een dag later op een appje. “Sorry voor de late reactie.”
Terwijl er niets mis was. Je was bezig met andere dingen.
Ik ken die reflex goed bij mezelf. Die sorry komt er al uit voordat ik goed en wel weet wat ik eigenlijk wil zeggen. En als ik er eerlijk naar kijk, is het in de meeste gevallen helemaal niet wat ik bedoel.
Want wat zeg je eigenlijk als je sorry zegt voor iets wat gewoon niet lukt? Wat niet haalbaar is? Of simpelweg niet is wat jij kiest?
Waarom we sorry zeggen
Het woord sorry stamt uit het Oud-engels: sārig, afgeleid van sār — pijn, leed, wond. Als iemand zei “I am sorry”, betekende dat letterlijk: ik ben bedroefd. Ik voel verdriet. Het was een beschrijving van een gevoel, geen formule. Hetzelfde sār zit trouwens nog in het Nederlandse zeer — zoals in “het doet me zeer”.
Ergens in de eeuwen daarna verschoof dat. Van ik voel verdriet naar ik heb spijt van iets wat ik deed naar een beleefdheidsvorm waarin we ons gingen excuseren voor ons bestaan.
De eerste sorry van pijn hebben is relationeel bindend. “Sorry dat je dit meemaakt. Sorry dat je dit zo ervaart.” Dat is erkenning. Het zegt: “ik zie dat het zwaar is”. Dat raakt iets en dat is precies de bedoeling.
De sorry van spijt ligt ook nog in die lijn. Je hebt iets gedaan wat een ander heeft geraakt. Je erkent dat en je wilt recht doen aan de ander. Dat is geen zwakte. Dat is contact. Ik vermijd bewust het woord fout hier 😉 — het ligt vaak niet aan onze intentie. We slaan de plank weleens mis, we zijn mens. Deze sorry is de slippery slope als je het mij vraagt. We schieten vaak direct door naar die andere variant…
Naar die sorry.
Sorry dat ik niet kan wat jij wil. Sorry dat mijn agenda vol zit. Sorry dat ik even niet bereikbaar was.
Dat is geen verantwoordelijkheid nemen. Dat is je kleiner maken dan je bent. Je verontschuldigt je niet voor wat je deed — maar voor wie je bent.
Psychologen noemen dit fawn-gedrag: een overlevingsstrategie waarbij je jezelf klein maakt om conflict te vermijden of goedkeuring te behouden. Al van jongs af aan aangeleerd, op momenten dat aanwezig zijn voelde als te veel.
Dat sorry is dan niet eens echt een sorry — het is een schild. Een manier om te zeggen: zie je wel, ik neem geen ruimte in. Ik ben geen bedreiging voor je.
Het signaal dat je daarmee afgeeft, aan jezelf én aan de ander, is het probleem. Je herhaalt steeds opnieuw: ik hoor er eigenlijk niet bij. Ik ben teveel.
Er is ruimte genoeg
Er is maar één jij. Één bewustzijn dat het leven ervaart vanuit precies jóuw lichaam, jóuw geschiedenis, jóuw perspectief. Het non-dualistische gedachtengoed gaat daar in nog verder: je ook één met de ander, niets staat echt op zichzelf. Dat alles eigenlijk echt één is, is een hele grote stap misschien. Maar het opent wel de deur voor een mooie vraag: als jij jezelf de ruimte niet gunt, kun je hem dan wel aan de ander gunnen?
Vanuit een Stoïcijnse perspectief kun je onderscheid maken tussen wat wel en niet in jouw macht ligt. Jij kunt niet bepalen of een ander teleurgesteld, verdrietig of misschien wel boos is. Dat is van hen. Wat wel in jouw macht ligt: hoe jij daar mee omgaat. Maak je de verwachting van de ander jouw verantwoordelijkheid? Of mag die ander zijn of haar eigen ervaringen hebben?
In die gewoonte van die verontschuldigende sorry, zit iets dat verder gaat dan beleefdheid.
Het zit in de manier waarop je naar jezelf kijkt. Als je telkens sorry zegt voor het feit dat je grenzen hebt, een mening hebt, andere dingen belangrijker vind — dan behandel je je eigen aanwezigheid als iets wat standaard in de weg staat. Eigenlijk zeg je “ik mag hier niet zijn”.
Er is een groot verschil tussen bewust omgaan met de mensen om je heen en jezelf systematisch weg cijferen om de ander geen ongemak te bezorgen.
Het eerste is verbinding. Het tweede is verdwijning.
De ruimte die jij inneemt, ontneem je niet aan een ander. Neem je die ruimte niet in ontneem je die ander misschien juist wel een echte ontmoeting met jou.
Ik hoor mezelf ook nog weleens sorry zeggen en realiseer me dan dat er helemaal niets is om me voor te verontschuldigen. Soms zeg ik dan ook gewoon: “oh nee, geen sorry”. Het is gewoon: “Dat lukt me niet.” Of: “Ik kies hier anders in.” Of gewoon: “Nee.”
Niet alles behoeft uitleg. Nee is een volledige zin 😅.
Jij mag er zijn. Gun jezelf de ruimte. En daarmee de ander ook. Zonder sorry.
❤️
— Henjo